Zo typ je blind
Elf kleine tips. Lees ze rustig door en probeer ze meteen uit bij je volgende les.
- 1. Zit rechtop en ontspannenZit rechtop met je rug tegen de leuning. Je hoeft niet stijf te zitten — gewoon lekker rustig.
- 2. Zet je voeten plat neerAllebei je voeten plat op de grond. Zo zit je stevig en val je niet scheef.
- 3. Laat je schouders zakkenSchouders los en laag. Trek ze niet omhoog naar je oren.
- 4. Houd je polsen rechtJe polsen blijven mooi recht, niet omhoog of omlaag geknikt. Zo blijven je handen fris.
- 5. Vingers op de basisrijJe vingers wonen op a s d f en j k l ;. Daar begin je altijd.
- 6. Wijsvingers op F en JJe linkerwijsvinger staat op de F, je rechterwijsvinger op de J.
- 7. Voel de streepjesOp de F en de J zit een klein streepje. Voel ernaar met je wijsvingers — dan weet je zonder kijken waar je bent.
- 8. Kijk naar het schermKijk naar de tekst op het scherm, niet naar je toetsenbord. Je vingers weten de weg steeds beter.
- 9. Elke toets zijn eigen vingerIedere toets hoort bij één vinger. Gebruik altijd dezelfde, dan gaat het vanzelf.
- 10. Ga terug naar huisHeb je een toets getypt? Breng je vinger meteen terug naar de basisrij.
- 11. Eerst netjes, dan snelTyp eerst rustig en zonder fouten. Snelheid komt daarna helemaal vanzelf.